De meeste ozon in de atmosfeer bevindt zich tussen 15 en 40 km hoog. Ozon is
een uit 3 zuurstofatomen bestaand gas dat de meeste schadelijke ultraviolette stralen van
de zon absorbeert en ook warmteverlies van de aarde voorkomt.
De ontdekking van een vergroot gat in de ozonlaag heeft het denken over beschadiging van
het milieu diepgaand beïnvloed. Hierdoor werd ook de vrees van de milieukundigen de
waarheid. Deze beweerden sinds 1970 dat de ozonlaag beschadigd werd door hoogvliegende
vliegtuigen, het toegenomen gebruik van kunstmest en vooral door industriële processen
waarbij chloorfluorwaterstoffen (CFK's) vrijkomen.
De Ozonlaag.
De reden waarom de ozonlaag zo kwetsbaar is, is dat er zo weinig ozon is. De
totale hoeveelheid ozon tussen ons en de ruimte komt overeen met een laag van maar
ongeveer 3 mm dik die rond de aarde draait, al is deze ozon in werkelijkheid gelijkmatig
verspreid in de atmosfeer. De meeste ozon ontstaat boven de tropen, waar de zonnestraling
het sterkst en het meest direct is. Ozon wordt rond de aarde getransporteerd door de
overheersende winden op grote hoogtes. Het gas kan verdwijnen door toenemende
zonne-activiteit en door stof en gas afkomstig van grote vulkanische uitbarstingen. Ook de
mens kan het kwetsbare evenwicht verstoren met duurzame vervuiling die de hoogste niveaus
van de atmosfeer bereikt.
CFK's verstoren het normale proces van de ozonvorming doordat zij op deze hoogte
chloorverbindingen kunnnen vormen die ozon afbreken. Deze verstoring treedt boven
Antartica op aan het einde van de zuidelijke winter. In oktober ontstaat altijd een zeer
koude wig in de atmosfeer boven Antartica, die ijswolken vormt en CFK's vasthoudt. Als
daarbij na de antarctische winter de zon terugkeert, vormt de combinatie van zonlicht,
ijswolken en CFK's een mengsel waardoor zon wordt afgebroken.
Antarctische Ozon.
Gedurende de jaren 1980 nam - steeds in oktober - de hoeveelheid ozon boven
de zuidpool ieder jaar meer en meer af. De wetenschappelijke wereld was geschokt over de
grootte en het plotselinge karakter van deze afname, wat in 1987 leidde tot het Protocol
van Montréal (herzien in 1990 en 1992), de afspraak om bepaalde CFK's uit
industrieprodukten te weren. Dankzij dit snelle ingrijpen daalde binnen vijf jaar het
gebruik van de meest schadelijke CFK's wereldwijd met 40%. Toch was de ozon in de
stratosfeer boven Antartica in 1994 bijna volledig afgebroken en zal het tientallen jaren
duren vooralleer de CFK's die zich in de atmosfeer bevinden verdwenen zijn. Al die tijd
zal de ozonafbraak aanhouden.
Wijzigingen in het ozongehalte in andere delen van de wereld zijn veel moeilijker te
voorspellen. De laatste jaren is het ozongehalte in de stratosfeer met enkele procenten
gedaald.
Een deel daarvan is te wijten aan de CFK's, maar het is ook aangetast door de
activiteit van de zonnevlekken en door de uitbarsting van de vulkaan Pinatubo op de
Filipijnen in 1991.
Er zijn aanwijzigingen dat er aan het einde van elke winter boven de noordpool een gat in
de ozonlaag ontstaat, maar dit is minder alarmerend dan dat boven de zuidpool. Verontruste
recente metingen wijzen er tevens op dat er elke winter boven Australië en Nieuw-Zeeland
een ozongat ontstaat, naast de ozonafbraak boven Antartica in de lente.
Ozon Dichtbij.
Aan de grond liggen de problemen met ozon heel anders. In grote steden vormt
het mengsel van schadelijke stoffen uit voornamelijk verbrandingsmotoren onder invloed van
de zon een fotochemische smog, waarvan ozon een belangrijk deel uitmaakt. Daardoor is het
ozongehalte in dichtbevolkte gebieden in de onderste lagen van de atmosfeer toegenomen.
Hoewel hierdoor ultraviolette stralen worden tegengehouden, is dit niet echt een voordeel
omdat de ozon schade toebrengt aan planten en ongezond is voor de mens. Het gas wordt ook
snel opgenomen en weggespoeld zodat de hoeveelheden veel sterker variëren dan die in de
stratosfeer.
Naar het begin van deze pagina.